Rules (NL) v2.1

Onderstaande regels zijn te gebruiken bij alle evenementen van de 3-gun/multigun die aangesloten clubs organisseren en die onder FROS vallen.


Alle deelnemers aan trainingen en/of wedstrijden dienen aangesloten te zijn bij FROS en minimum 2 jaar in het bezit te zijn van een definitieve sportschutterslicentie. 


1. Veiligheidsregels

1.1. Het is de verantwoordelijkheid van de deelnemer om de regels en de stagebriefings, uiteengezet door de organisserende club, te lezen en te begrijpen en ermee akkoord te zijn, zich aan deze regels tijdens deelname aan een evenement te onderwerpen.

1.2. Alle 3-Gun/ multigun evenementen worden uitgevoerd op COLD RANGES.

1.3. Aangewezen veilige zones (safety area).

1.3.1. De safety areas worden duidelijk met borden aangegeven.

1.3.2. Alle wapens moeten in de safety area worden uitgepakt en opgeborgen.  Verplicht in een veilige richting.

1.3.3. Munitie, geladen magazijnen, dummy patronen en geladen vuurwapens zijn niet toegestaan in een safety area.

1.4. Vervoer van de geweren en het pistool/revolver (dragen vanuit het voertuig of tussen stages).

1.4.1. Alle wapens moeten tot in de veiligheidszone worden vervoerd in een rangebag/ afgesloten tas.

1.4.2. Geweer en gladloopgeweer moeten worden gedragen op de volgende manier: magazijnen verwijderd en leeg/buizen leeg, gesloten met een ingebrachte kamerveiligheidsvlag met de loop omhoog.

1.4.3. Pistolen die tussen de stages worden gedragen, moeten worden geholsterd of in een range bag. Holster hoeft niet aan de riem te blijven.

1.5. Vuurwapens achterlaten

1.5.1. Tijdens het COF kan van een deelnemer worden verlangd dat hij een vuurwapen achterlaat om over te gaan naar een ander. Een deelnemer mag nooit meer dan één wapen in zijn/haar handen hebben tijdens een COF. Zie 10.16

1.5.2. Aangewezen containers/locaties (dropzone, dropvat, wisselbak) die zijn ontworpen om veilig vuurwapens achter te laten moeten uniek zijn en in de stage briefing aan de deelnemers worden toegewezen.


Vuurwapens worden achtergelaten in een van de onderstaande voorwaarden:


1.5.3. "Veilig"

1.5.3.1. Pistolen met een handmatige veiligheid moeten deze volledig ingeschakeld hebben om te voldoen aan de "loaded and safe" regel, ongeacht passieve veiligheid.

1.5.3.2. Pistolen zonder handmatige beveiliging moeten een passieve beveiliging hebben in operationele staat om te voldoen aan de veiligheidseis. Als het pistool geen handmatige veiligheid heeft en als de enige handmatige hendel een ont-cocking mechanisme is, dan moet deze worden ingeschakeld en de hamer moet worden in neerwaartse positie gebracht om aan de veiligheidsvoorwaarde te voldoen.

1.5.3.3. Het opnieuw holsteren van een veilig pistool is NIET toegestaan tijdens een COF. Zie regel 9.1.9.

1.5.3.4. Elk geweer met een handmatige veiligheid moet VOLLEDIG ingeschakeld zijn om te voldoen aan de veiligheidsregel.

1.5.4. "Leeg"

1.5.4.1. Lege kamer zonder munitie in zowel de magazijnbuis, op de lifter, of magazijn.

1.5.4.2. Lege huls in de kamer, slede/bolt naar voren zonder Live round in de magazijntube of het magazijn of het magazijn verwijderd.

1.6.1. Van deelnemers aan trainingen en/of wedstrijden wordt verwacht dat zij hun wapens naar behoren kunnen hanteren, zowel fysiek als mentaal.

1.6.2. Deelnemers die niet voldoende vertrouwd zijn met de werking van een of meer van hun wapens, kunnen zonder verdere rechtvaardiging de deelname worden geweigerd. De hoofdinstructeur/wedstrijdleider heeft hierin het laatste woord.

1.7. Deelnemers krijgen, in de 3-gun stages, een uitdaging op zowel hun schietvaardigheden alsook op hun fysieke vaardigheden.  Het is de verantwoordelijkheid van de deelnemer om op voorhand aan te geven of hij/zij al dan niet kan voldoen aan de fysieke aspecten van de stage die zijn doorgegeven in de WSB.  Schutters die niet kunnen voldoen aan deze fysieke uitdagingen zullen straftijd ontvangen naargelang beschreven in de WSB. (Zie regel 9.1.2)

2. Rangecommando's en -procedures

2.1. "Make Ready": De COF begint met het commando "Make Ready" en eindigt na het commando "Range is clear".

2.1.1. De RO zal het commando "Make Ready" geven dat het begin van de COF aanduidt en vervolgens de deelnemer aansturen en begeleiden door het proces van het voorbereiden en positioneren van alle vuurwapens. Het initiële commando "Make Ready" definieert het begin van de COF, ongeacht hoeveel vuurwapens er vervolgens worden gebruikt, voorbereid, geladen en/of gepositioneerd na dat commando.

2.2. "Are You Ready-Standby": Nadat de deelnemer alle vuurwapens heeft geënsceneerd zoals die in de COF staan aangegeven, zal de RO hen begeleiden naar de startpositie. De RO geeft vervolgens de commando's "Are You Ready" kort gevolgd door "Standby" en de activering van de timer.

2.2.1. Het uitblijven van een negatief antwoord van de deelnemer na het commando "Are You Ready?" geeft aan dat hij/zij de uitdagingen en regels van de COF kent en begrijpt en klaar is om verder te gaan. Als de deelnemers dat niet zijn, moeten ze "Nee" of "Niet klaar" vermelden. Deelnemers moeten de vereiste startpositie aannemen om hun gereedheid aan de RO aan te geven.

2.3. "Stop": Elke RO die aan een stage/training is toegewezen, kan dit commando op elk moment tijdens de COF gebruiken. De deelnemer moet onmiddellijk stoppen met vuren, stoppen met bewegen en wachten op verdere instructies van de RO.

2.4. "Squib": elke RO mag squib roepen als hij vermoedt dat het vuurwapen of de munitie van een deelnemer niet veilig is. (Bijv. een "squib" load), de RO zal alle stappen ondernemen die hij denkt noodzakelijk te zijn om zowel de deelnemer als de stage in een veilige staat terug te brengen.

2.4.1. De RO kan aanvullende instructies geven om het verdachte vuurwapen veilig op te bergen in de daarvoor bestemde container. De deelnemer mag de COF voortzetten met behulp van de resterende vuurwapens. Dit wordt niet beschouwd als RO-interferentie.

2.4.2. De RO inspecteert het vuurwapen en/of de munitie na de COF en gaat verder als volgt:

2.4.2.1. Indien de RO bewijs vindt dat een vermoedelijk probleem bevestigt, heeft de deelnemer geen recht op een re-shoot, maar wordt dan bevolen om het probleem te verhelpen. Op het scoreblad van de deelnemer wordt de tijd geregistreerd tot het laatste afgevuurde schot, en de COF zal worden gescoord als "As Shot", inclusief alle toepasselijke missers en straffen.

2.4.2.2. Indien de RO ontdekt dat het vermoedelijke veiligheidsprobleem niet bestaat, heeft de deelnemer de mogelijkheid om de stage opnieuw te schieten, of de tijd wordt geregistreerd tot het laatste schot dat werd afgevuurd en de COF wordt gescoord als "As Shot", inclusief alle toepasselijke missers en penalty's.

2.5. "If You Are Finished, Unload and Show clear": Als de deelnemers klaar zijn met schieten, laten zij hun vuurwapen zakken en leggen het ter inspectie voor aan de RO met de loop naar de veilige richting gericht, magazijn verwijderd of buis geleegd, slede/bolt vergrendeld of opengehouden en de kamer leeg. De RO zal de deelnemers begeleiden om alle wapens, gebruikt in de COF, veilig op te bergen.  Toch is het ten allen tijden de verantwoordelijkheid van de deelnemer om ervoor te zorgen dat zijn/haar wapens veilig zijn en ook zo worden behandeld.

2.6 Wapen condities

2.6.1 Condition 1

Geladen en gewapend. Veiligheid aan. Indien je met het wapen in de hand start mag de veiligheid af tenzij anders beschreven in de written stage briefing.

2.6.2 Condition 2

Geladen maar niet doorgeladen. Lader mag in het wapen of tube mag geladen zijn maar de kamer moet leeg zijn. Bolt / hamer/ striker moet naar voor en ontspannen zijn.

2.6.3 Condition 3

Geen magazijn in het wapen en de tube van de shotgun moet leeg zijn. Bolt mag open, patroon mag op het wapen (in holders) tenzij anders aangegeven in de written stage briefing. Bij gesloten bolt mag trekker opgespannen staan.


Als de wapens leeggekeken en veilig zijn:


2.5.1. Pistolen: rack de slede en trek de trekker over zonder de hamer te begeleiden of de de-cocker te gebruiken en holster vervolgens het pistool.

2.5.2. Geweer: veiligheidsvlag in de kamer ingebracht.

2.5.3. Gladloopgeweer: veiligheidsvlag in de kamer ingebracht.

2.5.4. Geweren/gladloopgeweren/ PCC moeten bij het verlaten van de stage met de loop omhoog worden gedragen.

2.6. "Range is Clear": dit bevel wordt pas gegeven nadat alle vuurwapens zijn verwijderd van de stage door de deelnemer en de RO. Dit commando betekent het einde van het COF.

Eens dit commando is gegeven, kunnen medewerkers/RO’s/scorers en deelnemers naar voor gaan om te scoren, en doelen te resetten.

2.7. Standaard startposities. De deelnemer neemt de standaard startpositie aan, tenzij anders gespecificeerd in de WSB.

2.7.1. Start met het pistool: de deelnemer moet rechtop staan, pistool geholstert met armen die natuurlijk aan de zijkanten hangen.

2.7.2. Geweer of shotgun start, mid ready vanaf heup.

2.8. De WSB die door de RO wordt gelezen, vervangt het wedstrijdboek of een geplaatste stage informatiekaart.

3. Vuurwapens

3.1. Alle vuurwapens die door de deelnemers worden gebruikt, moeten bruikbaar en veilig zijn. RO's kunnen eisen om het vuurwapen of aanverwante apparatuur van een deelnemer, en dit op elk moment, te controleren of deze veilig functioneren. Als een dergelijk item door een RO onbruikbaar of onveilig wordt verklaard, wordt het uit het evenement gehaald totdat het vuurwapen of onderdeel naar tevredenheid van de Range Master werkt.

3.1.1. Hulpmiddelen die het risico op onbedoelde ontlading verhogen, zoals binaire triggers zijn verboden voor alle deelnemers.

3.1.2. Volautomatisch vuur is verboden.

3.2. Deelnemers kunnen vuurwapens op elk moment tijdens het evenement wijzigen/herconfigureren op voorwaarde dat ze allemaal passen in hun geregistreerde divisievereisten.

3.3. Als het vuurwapen van een deelnemer tijdens de wedstrijd onbruikbaar wordt, en een vuurwapen passend bij de schutters divisie kan worden gevonden, (de schutter mag elk beschikbaar vuurwapen gebruiken met RM-goedkeuring) kan de schutter de wedstrijd verderzetten.

3.4. Deelnemers mogen in de loop van een wedstrijd niet van kaliber of divisie veranderen.

3.4.1. Een deelnemer die het kaliber wijzigt van een vuurwapen buiten of binnen de divisievereisten zonder de voorafgaande goedkeuring van de RM zal onderworpen zijn aan diskwalificatie voor onsportief gedrag.

3.5. Pistolen met een kolf en/ of voorgrepen van welke aard dan ook worden niet langer in aanmerking genomen. (Vb. roni kit)

3.6. Geweren, PCC's en gladloopgeweren moeten zijn uitgerust met een kolf waarmee deze kan worden afgevuurd vanaf de schouder.

3.7. Slechts 1 geweer, 1 PCC, 1 pistool en 1 gladloopgeweer kunnen in elke stage worden gebruikt in elke combinatie.

3.8.  Wapens vergund na 13 juni 2017 van het type “lang wapen met getrokken loop” vallen automatisch onder de “limited” divisie of “limited optics” divisie. Dit type vuurwapens zijn onderhevig aan de geldende wapenwetgeving omtrent de laders met verhoogde capaciteit.

Er zijn geen momenteel geen uitzonderingen voorzien in de regelgeving omtrent het bezit en gebruik van laders (voor wapens na 13/06/2017) met een verhoogde capaciteit voor de discipline “3 gun”


4. Holsters en apparatuur

4.1. Pistoolholsters

4.1.1. Holsters moeten het pistool veilig kunnen vasthouden tijdens het bewegen.

4.1.2. Het holstermateriaal moet de trekker van alle semiautomatische pistolen volledig bedekken. Revolverholsters moeten de trekker volledig bedekken en de cilinder.

4.1.3. Uit veiligheidsoverwegingen zijn: schouderholsters en kruistrekholsters of verborgen holsters niet toegestaan.

4.2. Slings, chokes, bipods, monopods, munitie-/maghouders en zaklampen mogen op elk moment tijdens de wedstrijd worden toegevoegd, verwijderd of gewijzigd, op voorwaarde dat ze zijn toegestaan in de divisie van de deelnemer.

4.3. Lampen mogen niet op niet-aangewezen nachtstages worden gebruikt, tenzij de stage dit vereist.

Lampen kunnen in elke divisie worden gebruikt.  Verzuim om te voldoen aan de stagebenodigdheden zal resulteren in een straf (10 sec of meer naargelang de stage).

4.4. Het plaatsen van schietzakken, matten, statieven etc. is verboden voorafgaand aan de zoemer bij aanvang van de COF maar mogen wel worden meegenomen ter ondersteuning.

5. Munitie

5.1. Tracer, brandgevaarlijk, pantserdoorborend, bi-metaal en staal omhuld of staal/wolfraam kernmunitie is verboden.

5.1.1. Magneten worden gebruikt om dit te controleren. Als de kogel aan een magneet kleeft, is dat verboden munitie.

5.1.2. Overtreding van regel 5.1 wordt beoordeeld op een vergoeding van 250 euro voor elk schot op een steel plate of popper. Boetes worden betaald op de dag van de overtreding, wedstrijd DQ is een onmiddellijk gevolg.

5.2. Pistool/PCC-munitie moet 9x19 mm of groter zijn.

5.3. Geweermunitie moet 5,45x39mm of groter zijn (9x19mm is minimaal aanvaardbaar in PCC).

5.4. Pistool- en geweerpatronen mogen slechts één projectiel afvuren.

5.5. Gladloopgeweermunitie moet 20 gauge of groter zijn. Alleen slugs voor op kaarten.  Loodhagel is verplicht op poppers of staalplaat.  Staalhagel is verboden. 

6. Voorschriften inzake divisievuurwapens

6.1. De 3-gun verantwoordelijken van de clubs behouden zich het recht voor om vuurwapen(s) te inspecteren op naleving van de regels hieronder vermeld. Het niet ter controle aanbieden van vuurwapens leidt tot een DQ.

6.2. Alle divisies mogen enkel lichten/lampen gebruiken op aangewezen nachtstages en/of stages die een nachtstage simuleren naargelang de wettelijke beperkingen.  Strobo effect mag niet worden gebruikt tijdens het schieten.


6.3. Open

6.3.1. Pistool

6.3.1.1. Geen beperkingen op accessoires met uitzondering op kolf of voorgrip.

6.3.1.2. Het kaliber van het pistool mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd

6.3.2. Geweer

6.3.2.1. Geen beperkingen op accessoires. Geweerondersteunende apparaten (d.w.z. bipods, enz.) mogen op elk moment worden toegevoegd of verwijderd.

6.3.2.2. Het kaliber van het geweer mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd

6.3.3. Gladloopgeweer

6.3.3.1. Geen beperkingen op accessoires.

6.3.3.2. De divisie mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd.

6.3.3.3. Shotgun speedloaders zijn toegestaan op voorwaarde dat zij aan de veiligheidsnormen voldoen.


6.4. Limited

6.4.1. Pistool

6.4.1.1. Aangepaste of in de fabriek geïnstalleerde elektronische vizieren, optische vizieren, compensatoren of barrel porting zijn verboden.

6.4.1.2. Magazijnen mogen niet meer dan 171,25 mm OAL (totale lengte) bedragen voor single stack magazijnen, en mag niet meer dan 141,25mm OAL bedragen voor double-stack magazijnen.

6.4.1.2.1. Pistoolmagazijnen die de OAL-inspectie niet doorstaan, nadat de deelneme een of meer stages heeft voltooid, zal resulteren dat de schutter naar Open divisie wordt gestoten.

6.4.1.3. Het kaliber van het pistool mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd.

6.4.2. Geweer

6.4.2.1.  Geweren mogen met niet meer dan één (1) niet vergroot optisch vizier zijn uitgerust.

6.4.2.2. Alle geweerondersteunende voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot bipods en monopods of een apparaat dat benen heeft en of ondersteuning geeft (statief, zandzak, etc.) zijn verboden. Voorwaartse grepen van minder dan vijf centimeter lang zijn acceptabel.

6.4.2.3. Compensatoren zijn toegestaan in deze afdeling, mits de compensator niet groter dan 1 inch in diameter en 3 inch lang, gemeten vanaf de loopsnuit tot het einde van de compensator is.

6.4.2.4. Het kaliber van het geweer mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd

6.4.2.5. Geweren mogen enkel met laders van maximum 10 patronen worden voorzien.

6.4.3. Gladloopgeweer

6.4.3.1. Alleen conventionele buisvormige magazijngeweren zijn toegestaan.

6.4.3.2. De divisie mag niet worden gewijzigd voor de duur van het evenement.

6.4.3.3. Elektronische of optische vizieren zijn verboden.

6.4.3.4. Ondersteunende hulpmiddelen (d.w.z. bipoden, enz.) zijn verboden.

6.4.3.5. Compensatoren of porting op de loop zijn verboden.

6.4.3.6. Shotgun speedloaders zijn verboden.

6.4.3.7. Mag een stage niet beginnen met meer dan 9 shells in de magazijntube.


6.5. Limited optics

6.5.1. Pistool

6.5.1.1. Aangepaste of in de fabriek geïnstalleerde elektronische vizieren, optische vizieren, compensatoren of barrel porting zijn verboden.

6.5.1.2. Magazijnen mogen niet meer dan 171,25 mm OAL (totale lengte) bedragen voor single stack magazijnen, en mag niet meer dan 141,25mm OAL bedragen voor double stack magazijnen.

6.5.1.2.1. Pistoolmagazijnen die de OAL-inspectie niet doorstaan, nadat de deelneme een of meer stages heeft voltooid, zal resulteren dat de schutter naar Open divisie wordt gestoten.

6.5.1.3. Het kaliber van het pistool mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd.

6.5.2. Geweer

6.5.2.1. Geweren mogen zijn uitgerust met niet meer dan één (1) optisch vizier.

6.5.2.2. Hierbij mag een magnifier(vergroter) worden gebruikt zonder de ene optische regel te schenden, op voorwaarde dat:

6.5.2.2.1. De magnifier/vergroter bevat geen richt reticule.

6.5.2.2.2. De magnifier kan niet als richtmiddel worden gebruikt op zichzelf.

6.5.2.2.3. De magnifier is op dezelfde plaats gemonteerd op het geweer voor het hele evenement. Indien de bovenstaande bepalingen voldoen:

6.5.2.2.3.1. De magnifier wordt niet beschouwd als een tweede/aparte optiek.

6.5.2.2.3.2. De deelnemer mag de magnifier in alle standen of modus zonder verdere beperking gebruiken.  Dus zowel achter de red dot of weggeklapt.

6.5.2.3. Alle geweerondersteunende voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot bipods en monopods of een apparaat dat benen heeft en of ondersteuning geeft (statief, zandzak, etc.) zijn verboden. Voorwaartse grepen van minder dan vijf centimeter lang zijn acceptabel.

6.5.2.4. Compensatoren zijn in deze afdeling toegestaan, mits de compensator niet groter dan 1 inch in diameter en 3 inch lang, gemeten vanaf de loopsnuit tot het einde van de compensator is.

6.5.2.5. Het kaliber van het geweer mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd

6.5.2.6. Geweren mogen enkel worden voorzien van laders met een maximumcapaciteit van 10 patronen. 

6.5.3. Gladloopgeweer

6.5.3.1. Alleen conventionele buisvormige magazijngeweren zijn toegestaan.

6.5.3.2. De divisie mag niet worden gewijzigd voor de duur van het evenement.

6.5.3.3. Elektronische of optische vizieren zijn verboden.

6.5.3.4. Ondersteunende apparaten (d.w.z. bipods, enz.) zijn verboden.

6.5.3.5. Compensatoren of porting op de loop zijn verboden.

6.5.3.6. Shotgun speedloaders zijn verboden.

6.5.3.7. Mag een stage niet beginnen met meer dan 9 shells in de tube.


6.7. Heavy metal

6.7.1. Pistool - zie Beperkte regels met de volgende uitzonderingen:

6.7.1.2 Minimum kaliber 45 ACP

6.7.1.3. Magazijnen mogen niet met meer dan 10 patronen worden geladen.

6.7.2. Geweer - zie Limited optics regels met de volgende uitzonderingen

6.7.2.1. Geweren zijn .308 Winchester (7,62x51 mm NATO) minimum.

6.7.2.2. Magazijnen mogen niet met meer dan 20 patronen worden geladen.

6.7.3. Gladloopgeweer - zie Beperkte regels met de volgende uitzonderingen:

6.7.3.1. Alleen pompacties, semiautomatisch verboden.

6.7.3.2. Minimum kaliber is 12 gauge.


6.8. PCC open 

6.8.1. Het PCC-geweer mag ter vervanging worden gebruikt voor het geweer, met dezelfde regels als in open divisie.

6.8.2. Minimum kaliber is 9*19mm.

6.8.3. Alle andere wedstrijdregels zijn van toepassing.


6.9 Open limited

6.9.1. Pistool

6.9.1.1. Geen beperkingen op accessoires met uitzondering op kolf of voorgrip.

6.9.1.2. Het kaliber van het pistool mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd

6.9.2. Geweer

6.9.2.1. Geen beperkingen op accessoires. Geweerondersteunende apparaten (d.w.z. bipods, enz.) mogen op elk moment worden toegevoegd of verwijderd.

6.9.2.2. Het kaliber van het geweer mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd

6.9.2.3. Geweren mogen enkel worden voorzien van laders met een maximumcapaciteit van 10 patronen.

6.9.3. Gladloopgeweer

6.9.3.1. Geen beperkingen op accessoires.

6.9.3.2. De divisie mag tijdens het evenement niet worden gewijzigd.

6.9.3.3. Shotgun speedloaders zijn toegestaan op voorwaarde dat zij aan de veiligheidsnormen voldoen.

6.9.3.4. Geweren mogen enkel worden voorzien van een maximumcapaciteit van 10 patronen.


6.10 Tactical

6.10.1 Pistool

6.10.1.1. Pistolen moeten een fabrieksconfiguratie hebben.

6.10.1.2. Interne modificaties zijn toegestaan, op voorwaarde dat ze de oorspronkelijke fabrieksconfiguratie van het pistool niet wijzigen.

a. Magazijnen mogen niet langer zijn dan 170 mm OAL (totale lengte) voor single stack en niet langer dan 140 mm OAL voor double stacked magazijnen.

6.10.1.3. Handvuurwapens met aangepaste of in de fabriek geïnstalleerde elektronische vizieren, optische vizieren, verlengde vizieren, compensatoren of compensators zijn NIET toegestaan.

6.10.2 Geweer

6.10.2.1. Geweren moeten een fabrieksconfiguratie hebben.

6.10.2.2. Interne modificaties zijn toegestaan, op voorwaarde dat de modificaties de oorspronkelijke fabrieksconfiguratie van het geweer niet wijzigen.

6.10.2.3. Geweren mogen een compensator hebben die niet groter is dan 1” in diameter en 3” in lengte.

6.10.2.4. Tactical Iron-geweren mogen NIET worden uitgerust met elektronische of optische vizieren.

6.10.2.5. Tactical Iron staat geen geweerondersteunende apparaten toe (d.w.z. tweepoten, zandzakken, enz.).

6.10.3 Shotgun

6.10.3.1. Shotguns moeten pomp-action zijn en een fabrieksconfiguratie hebben.

6.10.3.2. Interne modificaties zijn toegestaan, op voorwaarde dat de modificaties de oorspronkelijke fabrieksconfiguratie van de shotgun niet veranderen.

6.10.3.3. Elektronische/optische vizieren zijn NIET toegestaan op shotguns in deze divisie

6.10.3.4. Geen shotgunondersteunende apparaten (d.w.z. tweepoten, enz.) zijn toegestaan in deze divisie.

6.10.3.5. Geen compensatoren of poorten op lopen zijn toegestaan in deze divisie.

6.10.3.6. Geen shotgun speed loaders of shotguns met afneembare magazines zijn toegestaan in deze divisie.

6.10.3.7. Magazijnbuis mag niet worden gewijzigd gedurende de wedstrijd.

6.10.3.8. Maximaal 9 patronen in het geweer voor het startsignaal.


7. Doelen

7.1. De MD behoudt zich het recht voor om elk doel op elk moment te gebruiken.

7.2. De achterkant van alle kartonnen doelen is wit en wordt gebruikt als no shoot/ penalty doel. Papierdoelen zijn "ondoordringbaar".

7.3. De WSB specificeert het doeltype/de telling en de vuurwapen(s) die nodig zijn voor de juiste doelen te schieten.

7.4. Schutters zijn verantwoordelijk om naar de WSB te luisteren en vragen te stellen, voordat ze aan de stage beginnen en het make ready-commando krijgen, met betrekking tot welke vuurwapens op welke doelen moeten vuren, om te vermijden om procedurele sancties of wedstrijdveiligheidsboetes te krijgen, waaronder DQ.



8. Scoren

8.1. Elk scoreprobleem waar de schutter het niet mee eens is, kan worden aangevochten op de stage met de RO, en indien niet opgelost de RM of match director.  De RM of MD hebben het laatste woord.

Er zijn 2 verschillende manieren om een 3 gun / multigun stage te scoren: time plus en hitfactor

8.2. time plus manier. Maximale punten worden toegewezen op basis van de snelste tijd in elke divisie.  De toptijd in elke divisie zou 100% van de punten ontvangen. De tijd van de volgende deelnemer bepaalt percentueel zijn punten tegenover de beste tijd in zijn divisie.

8.2.1. De punten van een stage kunnen op 100 worden vastgesteld; het is de WSB die dit bepaald.

8.2.2. De wedstrijd wordt gescoord als cumulatieve stagepunten in elke divisie.

8.2.3. Alle divisies worden afzonderlijk gescoord.

8.2.4. De doelen dienen te worden geneutraliseerd om sancties te vermijden.

8.2.5. Voorbeelden van het neutraliseren van papieren doelstellingen zijn:

8.2.5.1. UML hex

8.2.5.1.1. Eén treffer in het "midden" (6" hex)

8.2.5.1.2. Twee treffers overal binnen de buitenste scoregrens

8.2.5.2. USPSA-metriek doel en Mini-doel

8.2.5.2.1. Eén treffer binnen de A- of B-zone

8.2.5.2.2 Twee treffers overal binnen de geperforeerde rand van de score

8.2.5.2.3. Nieuwe of oude stijl (B-zone) is toegestaan. Alleen A-zones tellen voor single hit neutralisatie met nieuwe stijl.

8.2.5.3. Klassieke IPSC-doelen

8.2.5.3.1. Eén treffer in de A-zone

8.2.5.3.2. Twee treffers overal binnen de geperforeerde rand van de score

8.2.5.4. 3GN square

8.2.5.4.1. Eén treffer in het "Midden" (8" cirkel)

8.2.5.4.2. Twee treffers overal binnen de 18"x18" non-scoring geperforeerde rand

8.3. in de time plus scoring kan de wedstrijdorganisatie kiezen voor het 1A/2 hit systeem of voor het systeem 2 hits op alle papieren doelen met 0.5 sec penalty voor elke C en 1.5 sec penalty voor elke D.

8.3.1. Wedstrijdorganisatoren kunnen 1 slug overal toestaan of 1A/2 overal zoals bij elk ander doel. Dit moet worden geschreven in de stage briefing.

8.4. Poppers moeten 45 graden vallen of draaien om te scoren.

8.4.1. Niet-scharnierende stalen platen of poppers zijn "down" als ze worden geraakt door een projectiel van een geweer, PCC, pistool, of gladloopgeweer en 45 graden of meer draaien en of vallen zoals bepaald door de RO.

8.4.2. De RO mag HIT roepen om aan te geven dat het doelwit is geneutraliseerd als dit het geval is en in geval van twijfel.

8.4.3. In het geval dat een schot de staalplaat minder dan 45 graden draait, heeft de deelnemer twee alternatieven:

8.4.3.1. Er wordt opnieuw geschoten totdat deze valt. In dit geval is er geen verdere actie vereist en wordt er gescoord als geschoten.

8.4.3.2. Indien de staalplaat blijft staan, kan de deelnemer de 45 graden call van de RO in twijfel trekken. In dit geval mag niemand de plaat aanraken of interfereren met de staalplaat of de omgeving. Als de Range Master bepaalt dat het doel niet meer dan 45 graden is gedraaid, wordt de plaat gescoord als gemist.

8.5. Langeafstandsflitsdoelen moeten met een kogel worden geraakt om te scoren. (Niet van toepassing in België)

8.6. Statische platen worden geraakt met een kogel om te scoren; individuele stages kunnen meerdere platen hebben om te scoren.

8.7. RO's moeten "hit" roepen om de schutter een geneualiseerd doelwit aan te geven dat niet kan worden bekeken na voltooiing van de COF. Voorbeelden hiervan zijn statisch staal, flitsdoelen, vliegende kleien etc.

8.8. Kalibratie van de stage props.

8.8.1. Indien tijdens een COF een popper niet valt bij een klap, heeft een deelnemer drie alternatieven:

8.8.1.1. De popper wordt opnieuw afgeschoten totdat deze valt. In dit geval is er geen verdere actie vereist en de COF wordt gescoord "als geschoten".

8.8.1.2. De popper blijft staan, maar de deelnemer wenst geen kalibratie check. In dit geval is geen verdere actie vereist en de COF wordt gescoord "als geschoten", waarbij de onderwerppopper wordt gescoord als een misser.

8.8.1.3. De popper blijft staan en de deelnemer wenst een kalibratie check. In dit geval mag niemand de popper aanraken of ingrijpen met de popper of de omgeving.  De RO zal samen met de MD of RM de popper checken.

8.8.2. De kalibratie zal door de MD en /of RM worden uitgevoerd volgens de officiele methode.  Het volgende is van toepassing:

8.8.2.1. Indien het eerste schot van de kalibratiefunctionaris op of onder de kalibratiezone zit en de popper valt dan is de popper goed gekalibreerd, en zal er worden gescoord als een misser.

8.8.2.2. Indien het eerste schot van de kalibratiefunctionaris de popper raakt op de kalibratiezone en de popper niet valt, is de kalibratietest mislukt en de deelnemer schiet de COF opnieuw nadat de popper opnieuw is gekalibreerd.

8.8.2.3. Indien het eerste schot van de kalibratiefunctionaris boven en /of onder de kalibratiezone zit en de popper valt, is de kalibratietest mislukt en de deelnemer zal de COF opnieuw uitvoeren zodra de popper is hersteld.

8.8.2.4. Indien het eerste schot dat door de kalibratiefunctionaris wordt afgevuurd en de popper helemaal mist, moet er nog een schot worden gelost totdat een van de hierboven gebeurtenissen voorkomt.

8.8.3. Kalibratie-testen voor alle poppers worden uitgevoerd met behulp van 9 mm munitie bij 120±5 powerfactor.

8.8.4. Geautoriseerde vaste metalen platen worden niet gekalibreerd.

8.9. Traditionele scoringsstraffen/penalties zijn als volgt van toepassing:

8.9.1. 5 seconden straf

8.9.1.1. Papierendoel maar 1 keer geraakt en geen A

8.9.1.2. Staalplaten/ poppers/ papierendoelen die als no-shoot worden gebruikt per schot met max 10 sec.

8.9.1.3. FTN (failure to neutralize) staalplaat of popper die wordt gemist.

8.9.1.4. Gemist verdwijnend doel zoals een reactieve kleiduif.

8.9.2. 10 seconden straf

8.9.2.1. Papierendoel niet geraakt. Miss

8.9.2.2. Gemiste stalenplaat of statische kleiduif, minder dan 100 meter

8.9.3. 15 Seconden Straf – Failure To Engage binnen 100 meter, doel dat wordt vergeten binnen de 100 meter

8.9.4. 20 seconden straf - Gemist staal tussen 100 en 300 meter

8.9.5. 30 seconden straf - Gemist staal voorbij 300 meter

8.9.6. 30 Seconden Straf - Het niet draaien van Texas 5 sterren Doelen of Spinner. WSB voor spinners kan deze straf verhogen.

8.9.7. 0.5 Seconden Straf – Elke C dat geschoten wordt in het 2 schoten pet papierendoel systeem.

8.9.8 1.5 Seconden Straf – Elke D dat geschoten wordt in het 2 schoten per papierendoel systeem.

8.10 hitfactor manier.  De maximale punten worden toegewezen op basis van het geschoten aantal punten gedeeld door de totale tijd.  De topfactor in elke divisie zou 100% van de punten ontvangen. De hitfactor van de volgende deelnemer bepaalt percentueel zijn punten tegenover de beste hitfactor in zijn divisie.

8.10.1 alle papieren doelen worden telkens met 2 schoten geneutraliseerd.  Voor elke A of B krijgt de schutter 5 punten, voor elke C krijgt de schutter 3 punten en voor elke D krijgt de schutter 1 punt.  Dit is voor alle divisies behalve Heavy metal.  Hier krijgt de schutter respectievelijk 5 punten voor een A of B, 4 voor een C en 2 voor een D.

8.10.2. Voor de 3gn square krijgt men 5 punten voor de binnenste cirkel en 3 of 4 punten naargelang de divisie voor de buitenste cirkel.


9. Procedurele sancties

9.1. Extra 5 seconden worden toegekend voor:

9.1.1. Voetfouten, een deelnemer die schoten afvuurt terwijl een deel van hun lichaam de grond raakt of tijdens het stappen op een object, voorbij de lijn van een schietkast of een faultlijn krijgt één procedurele boete. Echter als de schutter een aanzienlijk voordeel heeft behaald op een of meer doelen terwijl dat zij deze fouten maken, kunnen zij één procedurele straf krijgen voor elk afgevuurd schot vanaf dat de fout in is gezet. Deelnemers mogen niet steunen op voorwerpen of muren die niet zijn bedoeld als steun.   Dat zou een groot voordeel zijn en er wordt dan een procedurele straf gegeven per schot dat ondersteund is.

9.1.2. Het niet volgen van stageprocedures, schieten onder muren of niet met behulp van de juiste posities die in de WSB worden aangegeven.  Deze sanctie kan variëren in tijd naargelang de WSB. (Vb: het niet wegbrengen van een object dat in de WSB staat beschreven kan leiden tot 30sec straftijd)

9.1.3. Gebruik van een vuurwapenvat/-container of pick-up tafel/container om zichzelf op te ondersteunen. Dit is een belangrijk voordeel en is een penalty per schot. Leunen op tafels of ellebogen plaatsen of bipods op tafels tellen als ondersteuning. WSB kan uitzonderingen maken als dit wordt vereist.

9.1.4. Niet starten in de voorgeschreven startpositie.

9.1.5. Een statische kleiduif schieten met iets anders dan loodhagel tenzij specifiek aangegeven in de stage briefing dat het kan worden geschoten met andere vuurwapens. De deelnemer zal ook betalen om de klei te vervangen. Zie echter regel 10.18 met betrekking tot het inschakelen van een vliegende klei.

9.1.6. Het achterlaten van een veilig of volledig ongeladen vuurwapen op een starttafel, tenzij deze is opgegeven in de WSB.

9.1.7. Het achterlaten van twee veilige of volledig ongeladen lange wapens in hetzelfde wapenvat/container, tenzij het is gespecificeerd in de WSB.

9.1.7.1. U mag uit hetzelfde wapenvat/container zowel een lang wapen insteken als er dan 1 uithalen, maar je mag geen twee lange wapens in dezelfde container laten zitten en doorgaan met een derde wapen, tenzij dit in de WSB is gespecificeerd.  Het kan zijn dat de WSB enkel toelaat om 1 wapen te plaatsen OF uit te halen uit een wapenvat/container. 

9.1.8. Als u niet op een doel schiet dat niet is gereset, krijgt u een 5 seconden procedure straf om de juiste rondetellingen voor elke schutter te behouden. (Opmerking: dit is over het algemeen voor lokale wedstrijden. Voor een Major-wedstrijd moet de schutter geadviseerd worden om te stoppen en de stage opnieuw te schieten)

9.2.1. Het raken van een staalplaat of popper met een slug of geweer (exclusief PCC). Als het doel wordt beschadigd, betaalt de deelnemer de vervangingskosten. Het raken van staalplaat of poppers met een slug - of geweermunitie (pcc uitgesloten) kunnen worden onderworpen aan regel 10.21 en dus DQ.

9.2.2. Het betreden van een verboden gebied om een deelnemersvoordeel te creëren.

9.2.3. Het laten vallen van een pistool, geweer of gladloopgeweer dat leeg is en voordat het werd geladen en voordat het are you ready signaal is gegeven. De RO zal de schutter stoppen, het vuurwapen ophalen/oprapen, ervoor zorgen dat het leeg en veilig is, en bied de schutter dan een reshoot aan. De straf wordt toegepast op de reshoot. Het tonen van een leeg en veilig vuurwapen voorafgaand aan het startsignaal is de verantwoordelijkheid van de schutter, niet van de RO.

9.2.4. Het achterlaten van pistolen in grote wapenvaten kan worden onderworpen aan regel 10.2 tenzij anders staat in de WSB.

9.2.5. Veilige vuurwapens in een veilige richting achterlaten, elders dan in een aangewezen container kan worden onderworpen aan regel 10.2

9.2.6. Het plaatsen van munitie of andere uitrusting dan het vuurwapen zoals voorgeschreven in de stage briefing.

9.2.7. Vuurwapen niet veilig achtergelaten.  Geladen zonder veiligheid aan, maar binnenin geschikte container kan worden onderworpen aan regel 10.2.

9.2.8. Herholstering of poging tot herholstering kan onderhevig zijn aan regel 10.2.

9.2.8.1. Opnieuw holsteren is niet toegestaan tenzij bij het make ready commando.

9.2.8.3. Opnieuw holsteren wordt gedefinieerd als het holsteren van een vuurwapen na de start van de COF en deelnemers die hun pistool naar hun holster brengen met de loop in de buurt van de holster in een neerwaartse verticale beweging tot inclusief het volledig holsteren en loslaten van het pistool.

9.2.8.3.1. Opnieuw holsteren of proberen opnieuw holsteren zal resulteren in een DQ.

9.2.9. Onsportief gedrag. Dit kan meerdere keren worden uitgegeven afhankelijk van de overtreding en kan indien nodig een DQ zijn.

 

10. Diskwalificaties

10.1. Een diskwalificatie (DQ) resulteert in een volledige DQ van het evenement. De deelnemer zal niet verder mogen deelnemen. De deelnemer komt niet in aanmerking voor prijzen of deelname aan andere divisies. Stage DQ's ZIJN NIET VAN TOEPASSING op 3G-wedstrijden.

10.2. Veiligheidsovertredingen zijn niet onderworpen aan arbitrage. Diskwalificaties zullen van toepassing zijn voor de overtredingen in sectie 10.

10.3. Diskwalificaties worden uitgegeven door de RO, Range Master of Match Director.

10.4. Onbedoeld schot: Een deelnemer die een onbedoeld schot laat, zal zo snel mogelijk worden gestopt door een RO.

10.4.1. Een schot dat de grond raakt op minder dan 3 meter van de deelnemer, behalve bij het schieten op een doel dichter dan 3 meter van de deelnemer. De schutter wordt gestopt en zijn positie wordt gemarkeerd evenals het inslagpunt. Totdat er een uitspraak is gedaan door de RM, zal niemand de stage bewandelen of het gebied waar de overtreding heeft plaatsgevonden.

10.4.1.1. Uitzondering: een kogel of schot dat de grond raakt binnen 3 meter van de deelnemer als gevolg van een "squib" of zwak schot.

10.4.1.2. Indien de RO vaststelt dat de kogel de grond binnen de 3 meter van de deelnemer zou raken als het niet afgebogen of gestopt werd door een barricade, zullen de bepalingen van regel 10.4.1 worden toegepast.

10.4.2. Een schot dat plaatsvindt tijdens het laden, herladen of lossen van een vuurwapen na het commando "Make Ready" en vóór het "Range is Clear" commando.

10.4.3. Een schot dat zich voordoet tijdens corrigerende maatregelen in het geval van een storing.

10.4.4. Een schot dat plaatsvindt tijdens het overbrengen van een vuurwapen tussen de handen.

10.4.5. Een schot dat plaatsvindt tijdens het bewegen, behalve terwijl het daadwerkelijk schieten op doelen.

10.4.5.1. Uitzondering: een detonatie dat optreedt bij het leegmaken van een vuurwapen zonder dat de trekker is aangeraakt wordt niet beschouwd als een schot of ontlading en is niet onderworpen aan DQ. Regel 3.1 kan echter van toepassing zijn.

10.5. Het laten vallen of verliezen van de controle over een vuurwapen, ongeacht of het geladen is, op eender welk moment na het commando "Make Ready" en vóór het commando "Range is Clear". Dit omvat ook elk vuurwapen, geladen of ongeladen, dat valt nadat het in de stage op de desalniettemin aangewezen plek is gelegd.  (Vb.: geweer valt van tafel doordat de schutter het niet ver genoeg heeft gelegd.)

10.5.1. Uitzondering: Het laten vallen van een ongeladen vuurwapen vóór het "Make Ready" commando of na de "Range is Clear" commando zal niet resulteren in een DQ, op voorwaarde dat het vuurwapen leeg is en ALLEEN wordt opgehaald door een RO.

10.5.2. Uitzondering: een volledig ongeladen vuurwapen dat visueel wordt gecontroleerd door de RO tijdens de "Make Ready" valt tijdens het navigeren door een COF voorafgaand aan een laadproces. Zie 9.2.3

10.6. Het vuurwapen valt uit een aangewezen gebied en/of container.

10.6.1. Een vuurwapen ergens anders achterlaten dan in een aangewezen gebied/container in een onveilige toestand is een DQ.

10.6.2. Uitzondering: veilige vuurwapens die, per ongeluk, in een veilige richting zijn achtergelaten maar niet in de juiste aangewezen container, kan in plaats van een DQ  resulteren in een 30 seconden procedurele sanctie. Zie 9.2.5

10.7. De loop van een vuurwapen dat op eenders welk moment het 180 graden veiligheidsvlak laten breken.

10.8. Een pistool dat geholsterd is met een kogel in de kamer en waarmee men gaat liggen of kruipend zich verder beweegt.

10.9. De loop van een vuurwapen op eenders welk deel van het lichaam van de deelnemer laten richten (d.w.z. SWIPEN) tijdens een COF.

10.9.1. Uitzondering: Een match DQ is niet van toepassing op swipen onder de gordel tijdens het trekken of opnieuw holsteren van het pistool zolang de schutter zijn vingers zich duidelijk buiten de trigger guard bevinden.

10.10. Onsportief gedrag, waaronder, maar niet beperkt tot valsspelen:

10.10.1. Opzettelijk wijzigen van doelen voordat het doel werd gescoord en met oog voordeel te behalen of boetes te vermijden.

10.10.2. Wijziging of vervalsing van scorebladen.

10.10.3. Het kaliber van een vuurwapen wijzigen. d.w.z. zodra je aan de wedstrijd begint met je "geweer" in .223/5.56 kun je dit niet vervangen door een PCC  in zijn plaats om met 9mm te schieten.

10.10.4. Wijziging van de COF, d.w.z. bewegende rekwisieten, schietmatten of doelen, enz. Tenzij uitdrukkelijk toegestaan door WSB.

10.10.5. Pistool- en geweerpatronen mogen slechts één projectiel afvuren.

10.10.6. Weigeren van een inspectie van alle gebruikte apparatuur tijdens een wedstrijd om de naleving van de regels te verifiëren door een RO.

10.10.7. Weigeren van vooraf geladen shotgun tube/magazijn audits. RO’s kunnen willekeurige inspecties van voorgeladen magazijnen of tubes van gladloopgeweren uitvoeren om ervoor te zorgen dat een deelnemer de divisieregels niet heeft overtreden.

10.10.8. Opzettelijk buckshot(hagel) schieten op een kaartendoel.

10.11. Overtreding van bepalingen in paragraaf 5.1 en 5.5

10.12. Overtreding van COLD RANGE-procedures zoals het holsteren van een pistool buiten een veiligheidsgebied.

10.13. Elke deelnemer die wordt aangetroffen met een magazijn in zijn pistool of geweer of kogels geladen in het gladloopgeweer, terwijl het niet onder direct toezicht van een range official staat. De deelnemer moet begeleid worden naar een veilige ruimte om de beladen toestand te controleren. Als het magazijn, de buis of de kamer is geladen, dan zal de deelnemer onderworpen worden aan een DQ.

10.14. Het hanteren van geladen magazijnen, levende of dummy-rondes of een geladen vuurwapen in een veiligheidsgebied (safety zone).

10.15. Een deelnemer die wordt belemmerd door en/of onveilig wordt geacht als gevolg van drugs, legaal of anders, of alcohol of medicatie.

10.16. Een deelnemer mag geen doelen aanvangen met meer dan één geweer in zijn handen tijdens een COF.

10.17. Een dropvat of wisselbak voor, pistool, geweer of gladloopgeweer wordt gebruikt om het desbetreffende wapen veilig achter te laten.  Het schieten van een wisselbak of dropvat resulteert dan ook in een DQ.  De kogel hoeft het vat of de bak niet te doorboren om als DQ te gelden.  Raken is al genoeg.

10.18. Elk staal doel dat wordt geraakt met een geweer (elk projectiel sneller dan 1600 FPS)

10.19. Het raken van een staal doel met een pistool binnen 7 meter.

10.20. Een staal doel raken met een slug of buckshot.

10.21. Een staal doel raken met birdshot gemaakt van iets anders dan lood.

10.22. Indien een DQ optreedt, heeft de hoofdinstructeur altijd het recht om aanvullende maatregelen te nemen, evenals beperkt tot volledige uitsluiting van trainingen en/of wedstrijden. Dit is afhankelijk van de ernst of herhaling van de manier waarop de DQ werd uitgevoerd.  Dit besluit wordt samen met het bestuur van Zilverberg genomen en staat buiten kijf.


11. Opnieuw schieten/ re-shoots

11.1. Re-shoots kunnen worden gegeven door een Chief RO, Range Master of Match Director. De schutter krijgt de keuze om direct opnieuw te schieten of om zijn beurt te nemen na de laatste schutter van de groep/ squad voor de desbetreffende stage.

11.2. Voor lokale wedstrijden: Als een stage niet volledig is gereset aan het startsignaal of als een doelwit na het startsignaal vanzelf valt, kan de schutter in een veilige richting van het doel schieten en verder doen of een reshoot vragen.  

11.3. Voor lokale wedstrijden: Als een geworpen kleidoel breekt bij het verlaten van de launcher (no bird), voordat de schutter het kan raken, kan de schutter schieten in het gebied waar de klei zou vliegen en verder doen of een reshoot vragen.




12. Hoger beroep

12.1. Beslissingen worden in eerste instantie genomen door de Chief RO van de stage.

12.2. Indien de deelnemer het niet eens is met de beslissing van de CRO zal de Range Master/hoofdinstructeur worden opgeroepen om de definitieve uitspraak in de zaak te doen. Veiligheidsovertredingen zijn niet onderworpen aan arbitrage.


13. Definities

13.1. Verlaten - De deelnemer heeft geen fysieke controle over het vuurwapen en is fysiek van het vuurwapen weggegaan of heeft een ander vuurwapen verworven.

13.2. Coaching - Omvat, maar is niet beperkt tot het oproepen van overgeslagen doelen, missers, advies over hoe storingen te verhelpen, tijdens een COF. Ro's kunnen bij wijze van uitzondering bijstand verlenen. (Coaching is toegestaan bij lokale wedstrijden en trainingen)

13.3. COLD RANGE - De vuurwapens van de deelnemers blijven ongeladen op het evenemententerrein behalve onder direct toezicht van een evenementfunctionaris (RO, MD, RM).

13.4. Course of fire (COF)--Tijd tussen Make Ready en Range is clear commando's.

13.5. Detonation - Ontsteking van de primer van een kogel, anders dan door de werking van een slagpin, waarbij de kogel niet volledig of niet door de loop gaat (bijv. wanneer een slede of bolt handmatig achteruit wordt getrokken of wanneer een kogel op de grond valt).

13.6. Leeg vuurwapen - een vuurwapen dat volledig ontdaan is van munitie.

13.7. Engaging - Zich in een positie bevinden waar de loop van een wapen is opgelijnd met het te schieten doel. Schieten over obstakels waar doelen achter zitten, of door doorzichtige muren en/of barrières is verboden tenzij specifiek aangegeven in de WSB.

13.8. Verboden gebied - Elk gebied dat de Match Director als verboden gebied wil aangeven. Dit kan worden gedaan voor elke reden, maar moet duidelijk worden aangegeven op de stage briefing. Het wordt aanbevolen om deze gebieden gemakkelijk te herkennen op de stage zelf (vb: wit met rood lint).

13.9.1 Low Ready - de schutter moet staan, met het vuurwapen in beide handen, bij lange wapens moet de kolf de schouder raken, de loop op ongeveer een hoek van 45°, met vinger buiten de trigger guard en veiligheid aan.

13.9.2 Mid Ready — enkel voor lange wapens, de schutter moet staan, met het vuurwapen in beide handen, de kolf op heuphoogte, loop in een veilige richting, vinger buiten de trigger guard en veiligheid aan.

13.11. Negligent Discharge/ onvrijwillig schot - Een schot dat over een backstop, een berm of in een andere andere richting gaat die door de organisatoren van het evenement als onveilig wordt beschouwd. Een schutter die een schot afvuurt op een doelwit, dat raakt en vervolgens in een onveilige richting gaat, wordt niet gediskwalificeerd.

13.12. OAL -- Totale lengte

13.13. Operationeel - De veiligheid werkt correct zoals bedoeld. Het mag niet worden gewijzigd of uitgeschakeld op een manier dat, hoewel het wapen niet worden gehanteerd, de veiligheidsfuncties niet langer kunnen worden gebruikt om te voorkomen dat het vuurwapen afgaat.

13.14. Passieve veiligheid - Veiligheid die automatisch wordt ingeschakeld en het vuurwapen uitschakelt terwijl het vuurwapen niet wordt gehanteerd. Striker fire trekkers vallen onder deze regel alsook alle passieve trekkers waarbij er een veiligheid moet ontgrendeld worden alvorens de trekker kan worden ingedrukt.

13.15. Verplaatsen/ stagen van lange wapens- de schutter moet zich met de vuurwapens verplaatsen, kolf aan de riem van de schutter op taillehoogte, loop op ooghoogte met de vinger uit de trigger guard en veiligheid aan.

13.16.1 Range Officer (RO)--Wedstrijdfunctionaris die verantwoordelijk is voor het scoren en de veiligheid van de stages.

13.16.2 Range Master (RM)--Wedstrijdfunctionaris die verantwoordelijk is over de Range officers en wedstrijd helpers.

13.16.3 Match Director (MD)—Hoofdverantwoordelijke van de wedstrijd.

13.17. Veilige richting - richting die ervoor zorgt dat als het vuurwapen zou vuren, geen persoon of deel van de infrastructuur dat niet bedoeld is om op te schieten kan worden geraakt.

13.18. Veilig vuurwapen (tijdens COF) - een vuurwapen waarvan de handmatige veiligheid volledig is ingeschakeld en/ of volledig is ontdaan van munitie.

13.19. Written Stage Briefing (WSB) – geschreven stage instructies, moeten beschikbaar zijn voor de deelnemers voorafgaand aan de wedstrijd/ training.

13.20. PCC (pistol caliber carbine) – lang semiautomatisch wapen met getrokken loop dat met handvuur munitie werkt. 


14. Bepalingen

14.1. Alle 3-gun trainers, RO’s en clubverantwoordelijken dienen bij FROS gekend te zijn.

14.2. Naleving van de regels is verplicht.

14.3. Naleving van de wet is verplicht.

14.4 Fros en hun 3-gun verantwoordelijken behouden zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen in de regels zoals nodig. Suggesties of problemen met de regels kunnen worden gedaan aan de hoofdinstructeur van de wedstrijden/trainingen. Laatste wijziging 26/08/2024.